24/07/2010

Juist in komkommertijd

Werken in de zomer. Veel collega’s zijn er een paar welverdiende weekjes tussenuit, het zonnetje schijnt fel naar binnen, mijn cola light is lauw en ik sta op het punt mijn telefoon door het raam te gooien.

Je zou het niet denken als half Nederland op een hangmatje ligt, maar de drukte op kantoor gaat onverminderd door. Juist in komkommertijd. Ik heb namelijk de schone taak het werk van een aantal collega’s waar te nemen. Dat houdt in dat ik regelmatig door journalisten gebeld wordt over onderwerpen waar ik eigenlijk niet zo héél veel van af weet.

Aandachtig zit ik te luisteren, schrijf alle vragen op een kladje, maan mijn rumoerige collega tot stilte (met een wild handgebaar en een ‘ssssh!’) en vat alles nog even samen met de journalist. Of ik de vragen het liefst vanochtend nog kan beantwoorden, terwijl het al elf uur is. Maar ik ben niet voor één gat te vangen. Na een uur druk rondbellen los ik ’s werelds ingewikkeldste persvraag op. Met een ‘heel graag gedaan’ druk ik de telefoon uit, om vervolgens trots om me heen te kijken en dan tot de ontdekking te komen dat ik alleen zit.

Waar is iedereen? Eén blik op mijn telefoon vertelt me hoe laat het is: ‘Aah lunch’. Tja, als je met zulk mooi weer, midden in de stad werkt en je baas niet in huis is, móet je bijna wel op een terrasje lunchen… zullen mijn collega’s vast gedacht hebben! Ik sms vlug dat ik er ook aan kom en gris mijn zonnebril van het bureau. Lachend nemen we alle komkommerroddels even door, drinken we een verkoelend glaasje fris en twitteren we foto’s van onze overheerlijke broodjes caprese. Andere collega’s (inclusief de baas) twitteren ons eet smakelijk.

Als echte zomer workaholics kunnen we natuurlijk niet te lang wegblijven. Blijkbaar is de andere tien procent die deze maand werkt ook uitgeluncht, want de telefoon gaat weer non stop over. Terwijl ik met nog wat klussen bezig ben, bedenk ik me dat de nieuwe Yes magazine nu vast wel in de winkel ligt. Ik ren meteen de deur uit om hem te halen. Niet omdat ik hem zo graag lees, maar omdat één van mijn blogs (oh ja, ‘lezerscolumn’) erin staat.

Chagrijnig kom ik weer binnen. Nou ja zeg! Niet alleen is het verhaal ingekort (wist ik van te voren), maar ook nog eens gecensureerd (wist ik niet van te voren). Daarbij staat alleen mijn voornaam erbij, geen vermelding van mijn blog en ziet mijn foto er toch een beetje creepy uit. Maar een tweet van Sander vrolijkt me weer op: ‘Da’s de tol van de roem… Van je afzetten en vooral blij zijn met het feit dat je de f*cking Yes gehaald hebt!’ Hij heeft gelijk.

Ik kijk een aantal interviews na en schuif klusjes die ik voor ‘de rustige zomerperiode’ bewaard had door naar volgende week. Tussendoor schudt collega Maarten (die rustig ook cabaretier had kunnen zijn) de ene na de andere persiflage uit zijn mouw, terwijl collega Nina en ik niet meer bij komen van het lachen. Ik krijg een smsje van een vakantievierende collega: ‘Genieten jullie ook een beetje van de zomer in het stadhuis?’ Eigenlijk wel ja: je weet niet wat je mist!

Willemstad, 24 juli 2010, 12.23

21/07/2010

Eisenlijstje

‘Mijn perfecte man is: intelligent, onwaarschijnlijk knap, atletisch, succesvol, universitair geschoold en houdt van verre reizen…’ Het eisenlijstje van een willekeurige single girl.

Ik vraag me af wat er gebeurt als ze het lijstje daadwerkelijk helemaal af kan vinken bij één persoon. Vindt ze een pretentieuze mooiboy die alleen maar over zichzelf kan praten? Of toch de ware? Het is verleidelijk om eisen te stellen, maar het is alleen jammer dat andere mannen zo geen kans krijgen. Het is bijvoorbeeld leuk dat iemand veel gereisd heeft en daar interesse in heeft. Maar dat wil niet zeggen dat de (leuke) man die daar nog niet aan toegekomen is, dat wel heel graag met haar wilt doen.

In de mannenwereld zijn de lijstjes meestal korter: ‘lief en lekker’. Zoiets. Overigens ken ik een man die ‘lekkere vrouwen’ voorgoed afgezworen heeft. Waarom? Lekkere vrouwen zijn gemeen, dom en veeleisend, vindt hij. Ruikt wel een beetje naar een date-trauma, vind ik. Maar dan nog snap ik het niet helemaal. Zoekt hij dan naar een voor hem onaantrekkelijke vrouw, om vervolgens nooit meer het nachtlampje aan te (durven) doen? Stel je voor dat ze uiteindelijk ook helemaal niet zo lief blijkt te zijn! Uiteraard deze zonderling daargelaten, gaan de meeste mannen nog altijd voor dat betoverende prinsessenuiterlijk.

Eerlijk is eerlijk. Ooit had ik ook een eisenlijstje. Als veertienjarige bedacht ik samen met mijn vriendinnetje kwaliteiten voor onze potentiële vriendjes. Dat kwam neer op: is niet bang voor spinnen, ruikt lekker, is heel lief voor mij én mijn vriendinnetjes, kan goed vechten (just in case), is romantisch en nog honderd andere verlangens. Mijn schoolschriftje was vol geklad en mijn vriendinnetje zei nog: ‘Die vind je nooit.’ Dat zullen we nog wel eens zien.

Drie jaar later viel ik als een blok voor Arno. De Arno die in slobbertruien liep, nog ‘thuis’ woonde en per ongeluk steeds de verkeerde onderwerpen aansneed bij mijn ouders. Het lijstje klopte overigens wel. Bij mij stond er namelijk geen mastertitel, eigen vermogen en een gespierd lichaam op. Bizar genoeg verklaarden mensen me voor gek. Van verschillende kanten werd er zelfs op me ingepraat, maar het was te laat: de liefdesbom was al ingeslagen.

Ondertussen is Arno ‘opgedroogd’ als afgetrainde karateleraar met een nog stoerdere baan. En nog steeds in bezit van de mooie eigenschappen van toen. Mij behandelen als een prinses bijvoorbeeld. En nu? Zelfs mensen die me amper kennen zeggen dat ik het maar getroffen heb met hem. (Nu pas, tsss.) Arno is zich trouwens niet bewust van zijn uiterlijke transformatie en ziet al die verlekkerde meisjesblikken niet… Ik bedoel maar: weg met die lijstjes!  

Willemstad, 21 juli 2010, 21.09

16/07/2010

Toerist in eigen land

In de trein naar Amsterdam. Niet voor de Oranjehuldiging of om een onvervalste Gooische BN-er te spotten, maar om het nieuwe huis van mijn vriendinnetje Zuuz te bewonderen.

Ik stap uit bij Amsterdam Sloterdijk en voel me toerist in eigen land. Een Rotterdamse toerist eigenlijk. Wat een blije mensen hier! Even sta ik voor de Starbucks, te bedenken of ik echt wel trek heb in een skinny vanilla latte. Maar met dertig graden celcius is koffie misschien niet het meest dorstlessende drankje. Een seconde later zoent Zuuz me op mijn wang: ‘welkom in Am. Ster. Dam!’

Haar appartement is prachtig. Ik kan er niet over uit. Ze bedenkt het Amsterdamplan, woont er binnen een maand in een geweldig appartement èn maakt het in twee weken helemaal af, terwijl ze nog gewoon werkt in Rotterdam. Alles in haar eentje regelen en tussendoor bezig met 101 andere dingen. Over onafhankelijke supervrouwen gesproken. ‘Maar’, zegt ze, ‘ik heb nog helemaal geen tijd gehad om de stad in te gaan.’ Ik zet mijn zonnebril op, ‘OK, let’s go.’

We pakken de tram naar de Damrak. Giechelend. Want hoe Rotterdams zijn wij? De enige straten die we hier kennen zijn PC Hooftstraat, Spui, Kalverstraat en het Rembrandtplein. Mede door Monopolie. (‘Hé, ze hebben hier ook een Witte de With.’) Zuuz vertelt me over de elektricien die bij haar langskwam. Hij keek haar verbaasd aan toen ze zei dat mensen haar bestempelden als overloper. ‘Jij bent echt Rotterdams zeg, alleen al hoe je overloper uitspreekt’. En dan moet ik erbij zeggen dat ze ABN praat… in mijn oren in ieder geval. Misschien praten wij gewoon niet Amsterdams, dat zal het zijn!

We winkelen, struikelen over straatartiesten, bekijken mooiboys met halflang blond haar, zwaaien lief naar Britse toeristen en snuiven voorbij zwevende wietlucht in. Amsterdam. We kijken elkaar aan: tijd voor een terrasje. Maar waar? Gelukkig komt een studentikoze Metronieuws-promoter op ons afgelopen, met de vraag of we geïnteresseerd zijn in de speciale WK-editie (wat denk je zelf?). Ik zet mijn flirtgezicht op. ‘Natuurlijk, dank je wel. Maar, jij woont vast hier in Amsterdam, toch? Waar is het dichtstbijzijnde, gezellige terrasje?‘

Even later, op het terras, bedenk ik me hoe bizar het is dat ik alle grote steden van Italië en van redelijk wat andere landen ken, maar dat ónze hoofdstad nog steeds een raadsel voor me is. Het heeft wel wat zo, aan een grachtje met dit zonnige weer. Blote voeten bungelend boven het water en een ijskoud drankje in onze handen. Ligt het aan de temperatuur, of hebben we hier meer aanspraak dan in Rotterdam? Vrolijk wensen mensen ons een fijne avond als we het terras inruilen voor een Italiaans restaurantje.  

Tegen middernacht kom ik weer aan op Rotterdam Centraal en ik besluit nog een rondje te lopen. Met een frisse blik, op een warme, heldere avond. Terug in de moderne stad, waar futuristische gebouwen hoog boven me uit torenen en de multiculturaliteit me tegemoet loopt. Is het omdat ik hier vandaan kom, omdat ik hier werk of omdat Rotterdam ook echt leuker is? Ik weet het niet, maar Rotterdam blijft mijn ware liefde. En zo nu en dan… flirt ik stiekem met Amsterdam. Moet kunnen toch?    

Willemstad, 16 juli 2010, 15.19

09/07/2010

Hang naar middelmatigheid

Het is gebeurd: mijn vriendinnetje heeft Rotterdam ingeruild voor Amsterdam. Gelukkig is haar liefde voor Rotterdam niet bekoeld. Het is gewoon tijd voor verandering.

En daar kan ik me wel in vinden. Iedereen zou zo nu en dan eens moeten toegeven aan verandering. Er zijn erbij die al dertig jaar wezenloos naar het computerscherm staren, wat cijfertjes intikken, om 17.00 uur stipt naar het huis rijden, om vervolgens de woensdagse stamppotschotel te nuttigen. Een American Beauty moment moet dan toch een keer onvermijdelijk zijn? Dat moment waarop je flipt omdat je de laatste drieduizend dagen exact hetzelfde hebt meegemaakt.

Natuurlijk gun ik ieder zijn manier van leven. Maar ik snap die zo gewilde hang naar middelmatigheid niet. Waarom zou je elk jaar bij hetzelfde vakantiehuisje in Tenerife willen hangen? Schikken voor vrouw Truus, alleen omdat ze het huis een beetje schoon houdt? Of altijd steak met friet willen bestellen? Pure gemakzucht. Kijk gewoon eens wat er nog meer op het menu staat!

Ik merk dat mensen denken dat ze geen keuze hebben, blind zijn voor kansen of vast zitten in een pessimistisch denkbeeld (‘dat lukt mij toch niet’). Vaak wordt er naar geld gewezen als reden, maar voornamelijk als excuus om iets niet te hoeven doen. Veilig in een routine, bang voor het onbekende en daardoor eigenlijk nooit iets meemaken. Maar wat nou als je kijkt naar de volgende twee stellingen? Wat zou je willen kiezen?

1. Mijn motto is ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Ik kies voor een stabiel leven, waarbij ik zeker weet wat ik heb en wat ik de volgende dag ga doen.

2. Ik denk niet in beperkingen. Ik kies voor een gepassioneerd leven vol verrassende wendingen, exotische oorden en bijzondere ontmoetingen.  

Ik wil mezelf hier niet aanprijzen als de ultieme stelling twee levensgenieter. Te vaak nog betrap ik mezelf op een luie vrijdagavond of hoor ik mezelf ‘nee’ zeggen op een spontaan aanbod, waarvoor ik eigenlijk maar één telefoontje hoef te plegen om het te regelen. Maar toch, stelling twee is een mooi streven.

Ouders met kleine kinderen hoor ik denken: ‘Stelling twee? Are you kidding me?’  Begrijpelijk, maar ik zeg niet dat je meteen je huis moet verkopen, je baan op moet zeggen en met een backpack de wijde wereld in moet gaan (al klinkt dat niet eens zo verkeerd) om een sleur te voorkomen. Het zit hem vaak in je instelling en de details die het leuker en spannender maken dan je dacht. En ik bedoel: opa’s, oma’s en babysitters zijn er voor een reden.

Als je dan toch een avondje thuis bent, kun je dat alleen voor de televisie doen, of gezellig met je vrienden en een wijntje op het balkon. Tijdens het winkelen kun je kiezen voor dat degelijke jurkje, of voor dat zwarte jurkje met open rug. Of je kunt op een vrije zondag opstaan en bedenken dat je vandaag dat ene boek wilt uitlezen (ook leuk), of je vriendje lief aankijken en spontaan naar Parijs rijden. Gewoon, omdat het kan.

Wat schiet er door je hoofd als je later geniet van je oude dag? Vast niet ’had ik nou maar meer gewerkt’ of ‘had ik maar een ton extra op mijn bankrekening’. Ik hoor het steeds vaker van oudere (en wijze) mensen. Het zijn de ongeplande gebeurtenissen en dingen die we eigenlijk helemaal niet hadden mogen doen waar we de mooiste herinneringen aan hebben. Spijt krijgen we alleen van de dingen die we nooit hebben durven doen.

Wel jammer dat mijn vriendinnetje niet meer vlak om de hoek woont. Maar het drukt mijn gemakzucht ook weer een beetje de kop in. Én ik heb nu een goede reden om onze hoofdstad wat vaker te bezoeken. Geen exotisch oord, wel bijzondere ontmoetingen.

Willemstad, 9 juli 2010, 23.30

29/06/2010

Passie voor schoonheid

Laatst werd me gevraagd naar mijn passie. Waarom zijn vragen die zo simpel lijken, soms zo moeilijk spontaan te beantwoorden?

Passies. Ik krijg de neiging om gewoon wat hobby’s op te noemen, zoals koken, hardlopen en karate. Maar toch dekt dit niet helemaal de lading. Er zijn namelijk ook dagen waarop ik totaal geen zin heb om mijn sportschoenen aan te trekken. Soms flans ik maar snel wat in elkaar in de keuken. En als karate echt mijn passie is, waarom ben ik dan niet wat fanatieker? Natuurlijk, ik houd van films en muziek. Maar ik mag mezelf ook weer geen kenner noemen. Dansen dan. Dat is iets waar ik echt helemaal in op kan gaan. Maar om ‘los gaan in een club’ nou te bestempelen als passie…

Vanochtend zat ik in de bus, zag de Willemstadse landerijen oplichten in de vroege zomerzon en toen had ik het. Het is niet iets wat ik doe, maar het is datgene wat al mijn interesses en vrijetijdsbesteding verbindt. Schoonheid! Maar dan niet schoonheid in de oppervlakkige zin van het woord. Juist datgene wat iets of iemand uniek maakt en daardoor mooi is om naar te kijken of te luisteren. Bijvoorbeeld schoonheid in karate. De sierlijke bewegingen, diep geconcentreerde gezichten, rust, souplesse en kracht. En zo zie ik ook schoonheid in tekst, muziek, film, dans, eten, kunst, architectuur en landschap.

Maar vooral schoonheid in mensen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik overtuigd ben van deze passie. Ik ben namelijk altijd op zoek naar mooie eigenschappen in mensen, waar ik ook ben. En in iedereen vind ik wel iets. Hoe iemand praat of kijkt, denkrimpeltjes, een lach, handgebaren. Of hoe iemand zich kleedt. Persoonlijkheid heeft nog de grootste aantrekkingskracht. Mensen die heel warm en open zijn, hebben mijn onvoorwaardelijke bewondering.

Ik snap de adoratie voor fotomodellen niet. Het zijn juist de normale stervelingen met aparte trekjes die ik het meest fascinerend vind. Die zestigjarige restauranteigenaar, die op zijn allercharmantst vertelt waarom zijn pasta echt het proeven waard is. Dat kleine meisje in mijn karateles, die overal om moet lachen, met stralende lichtgroene ogen. Of mijn vriendinnetje met haar tengere postuur, die het liefst altijd in kleermakerszit gaat zitten.

Dansen lijkt bij veel mensen extra schoonheid los te maken. Binnenkort ga ik zelf ook eindelijk eens ‘serieus’ wat doen met dansen. En over passie en schoonheid gesproken: laat ik dan maar meteen gaan voor de Argentijnse Tango!  Nu nog even een partner zoeken die ook durft…

Rotterdam, 29 juni 2010, 8.27

Al Pacino – Scent of a Woman

26/06/2010

Het ondernemersmeisje in mij

Het is niet heel moeilijk om mij nieuwsgierig te maken en ik sta altijd open voor iets nieuws. Dus toen een mevrouw mij via mijn blog benaderde om ‘freelance internationaal zaken te doen’, pakte ik afgelopen dinsdag de trein naar Hoofddorp.

De mailwisseling bleef een beetje vaag en ik verwachtte er helemaal niets van. Maar het zou toch wel heel bijzonder zijn als een blog over de quarter life crisis me juist iets op zou leveren.

Hooggehakt stapte ik de ontvangstruimte binnen, werd ik meteen aan allerlei mensen voorgesteld en probeerde ik erachter te komen wat het doel van de bijeenkomst was. Niet veel later werd ik voorin de zaal gezet, om met nog honderd mensen naar verschillende presentaties te luisteren. Het onderwerp was steeds hetzelfde: in een korte tijd, ‘gemakkelijk’ héél veel geld verdienen. Met een eigen onderneming gezondheidsproducten verkopen, maar eigenlijk nog veel meer verdienen aan de mensen die zich door jou aansluiten bij het bedrijf. Het bekende netwerkmarketing en piramideconcept. Met een gezondheidsdrankje in mijn hand, voelde ik me lekker om de tuin geleid…   

Volgens mij hadden andere mensen dit niet zo door. Allerlei types beklommen de bune, om de geloofwaardigheid zo groot mogelijk te maken. Tja, als zelfs boer Harm het kan, waarom wij niet? Alsof er niet duizenden mensen gedesillusioneerd naar hun bankrekening kijken, omdat ze toch niet over bepaalde verkoopkwaliteiten beschikken. Het stoorde me nog het meest dat iedereen maar bleef herhalen dat je anderen mensen kansen biedt, door hierover te vertellen. Je bedoelt: je eigen portemonnee spekken. In wat voor vorm je het ook giet, je bent gewoon mensen aan het overtuigen om zich ergens bij aan te sluiten, waar jij weer geld aan verdient. Beetje Scientology, als je het mij vraagt.

Tussen de bedrijven door sprak ik met verschillende mensen. Geldbeluste en materialistische mensen, opscheppend over auto’s, dure pakken en horloges en me dit ook daadwerkelijk lieten zien. Geld hebben schijnt een hoger doel te zijn, waar echt alles om draait. Mensen die vertelden hoe ze het systeem van de Belastingdienst ontduiken. En mensen die me vies aankeken, toen ze hoorden dat ik ambtenaar ben. Nooit eerder voelde ik me zo trots op mijn werk. Op de vraag of het bedrijf ook iets goeds doet met al dat geld, werd ontwijkend geantwoord. ‘Je kunt er natuurlijk altijd voor kiezen om minder bedeelden te helpen.’ Dat lijkt me ook ja.

Het trieste was dat de leuke mensen die ik sprak, hiervoor gekozen hebben omdat ze geen andere uitweg zagen. Een aardige, hardwerkende man wiens restaurant failliet was gegaan. Of die sympathieke, vrijgezelle moeder die dolgraag haar dochters wilde laten studeren en het zat was om zestig uur per week te werken. Natuurlijk zagen de bedragen er verleidelijk uit en eerlijk gezegd werd het ondernemersmeisje in mij enorm getriggerd. Maar ik besloot mijn ziel niet aan de duivel te verkopen en bedankte voor de eer.

In een vreemde zin leverde deze bijeenkomst me inderdaad iets op. De bevestiging dat ik geld niet zo belangrijk vind. Zeker niet als ik me moet associëren met iets waar ik niet achter sta. En dat ik me rijker voel door eerlijk, betekenisvol werk te doen, dan werken met een keihard commercieel concept waar ik vier keer zoveel mee kan verdienen. Iets wat ik eigenlijk al wist, maar wat deze ervaring nog eens versterkt heeft. De grap van de week is dat ze in mij ‘ondernemend talent met een positieve instelling’ zagen. Juist die instelling zorgt ervoor dat ik een voor hen ongewenste boodschap de wereld instuur…  

Willemstad, 26 juni 2010, 22.18

19/06/2010

Onweerstaanbare hondenogen

Een huis vol haren, geblaf midden in de nacht of vieze ‘ongelukjes’ in de bijkeuken. En zonder oppas wordt het een beetje lastig om na mijn werk tot laat in de stad te blijven hangen. Soms denk ik: ‘Waarom hebben we ook alweer een hond?’

Vier jaar geleden, in een nog veel te kleine tweekamerwoning, stelde Arno me dé vraag: ‘Zullen we een hond nemen?’ Opgegroeid in een gezin waar altijd een hond door het huis liep, was ik me er maar al te bewust van wat dat zou betekenen. ‘Ik weet het niet hoor.’ Arno vertelde dat hij als kind al een hond wilde hebben en een puppy is zó leuk. Hij keek me zelf met onweerstaanbare hondenogen aan, dus ik maakte een compromis. Op de voorwaarde dat Arno met haar naar de puppycursus zou gaan en alle vieze klusjes zou regelen. Dat was een deal.

Uiteraard werd het een zij. Ik had niet zoveel trek in een dominant mannetje die om het minste of geringste zou gaan blaffen. En het werd een Duitse Herder, want we nemen een hond en geen cavia. Zo kwam Chica in ons leven. De allerschattigste puppy die je je kunt voorstellen. Ik nam haar stiekem overal mee naar toe. In de metro wilde iedereen haar aaien. En op een terrasje in het Westelijk Handelsterrein was ze eye candy voor zowel de vrouwtjes, als de mannen met zwierige sjaaltjes en glaasjes champagne.

Ze groeide op als een knuffelige, schattige hond met obsessies voor balletjes, kluifjes en de plantenspuit. Een hond met vreemde trekjes. Volkomen rustig, lief en gehoorzaam, tot ze denkt dat er niemand meer in huis is en het vervolgens zes uur lang op een blaffen zet. Zonder pauze. Of met haar hoofd onder de schuttingdeur ligt om de buurt in de gaten te houden. Maar ook een hond die een waas voor ogen krijgt als ze kleine, witte hondjes los ziet rondlopen. Van lieve hond met Picachu-ogen transformeert ze tot een bloeddorstige monster. Tegenwoordig sta ik bekend als ‘die vrouw met die gemuilkorfde hond’. Nice

Vanochtend voelde ik me niet zo lekker. Ik liep de trap af, deed de deur open en daar lag ze op haar matje, me op haar allerliefst aankijkend. Een korte knuffel kon ik niet weerstaan. Nog een beetje down nam ik plaats achter de computer, tot ze weer naast me ging zitten. Met haar oortjes naar achteren, gouden haartjes in de ochtendzon en warme amandelkleurige ogen die me blij aankeken. Al zittend legde ze haar voorste twee pootjes op mijn schoot. Terwijl ik haar aaide en naar die grappige snoet keek, kon ik niet anders dan lachen.

Dank je wel lieve Chica.

Willemstad, 19 juni 2010, 11.19

11/06/2010

Quarter life crisis

De laatste paar weken is mijn slaapgedrag excessiever dan ooit. Uren lang wakker liggen, warme melk drinken op blote voeten en rondspoken om 3.30 uur ‘s nachts. Het is nog een wonder dat ik aanspreekbaar ben overdag. Alhoewel… 

Altijd al ben ik een moeilijke slaper geweest. Als kind kon ik niet slapen als er iets héél leuks aan zat te komen, bijvoorbeeld mijn verjaardag of Sinterklaas. Maar ook minder leuke gedachten hielden me uit mijn slaap. Het enorme schuldgevoel toen ik dat schoolboek niet meer kon vinden en de meester niet onder ogen durfde te komen. Of dat er geesten bestaan zolang je er maar in gelooft en ik dus uren lang heel hard probeerde er niet in te geloven. 

Het heeft me ironisch genoeg talloze nachten gekost om erachter te komen waar ik de laatste tijd van wakker lig. En niet alleen ‘s nachts. Ook tijdens het forenzen, boodschappen doen en die momentjes tijdens een ingewikkeld overleg waarin mijn aandacht verslapt, probeerde ik erachter te komen wat het probleem nu eigenlijk is. Dit ging helaas niet zo onopvallend als ik zou willen. Verschillende mensen vroegen me waarom ik zo afwezig ben. Dat vroeg ik me ook af. De enge geesten van mijn jeugd zouden nu toch al lang weg moeten zijn?

Eerlijk is eerlijk: ik heb eigenlijk helemaal niets te klagen over mijn leven. Goed, ik heb het druk, maar dat is altijd mijn eigen keuze geweest. Ik zou pas echt ongelukkig zijn als mijn weekindeling zou bestaan uit saai werk, huishoudelijke klusjes en koffiebezoekjes bij de buren. Ik heb de love of my life, lieve ouders, geweldige vriendinnen en een superbaan in de stad met slimme en betrokken collega’s. Natuurlijk valt er altijd wat te zeiken, maar over de hele linie mag ik echt in mijn handjes knijpen. Dus waar lig ik zo wakker van?

Vandaag stond ik na een eerste lange nacht slapen op en bij het zetten van een kopje thee zag ik het licht. Ik wist het opeens. Ik had er weleens van gehoord, maar me er nooit echt in verdiept. Een fenomeen waar waarschijnlijk duizenden mensen in meer of mindere mate last van hebben, zonder door te hebben wat het nu eigenlijk is. De quarter life crisis. Een identiteitscrisis, waarbij twintigers zich somber of depressief voelen. Met het gevoel dat alle keuzes al gemaakt zijn en dat er bijna geen ruimte meer is voor plezier, vrijheid of creativiteit.

Of dat gevoel wel of niet terecht is, is een tweede. Maar het neemt niet weg dat mijn hoofd vol vragen zit. Benut ik alle kansen wel voldoende? Is mijn werk betekenisvol? Waar ligt mijn hart echt? Draag ik iets bij aan de wereld? Zit ik gevangen in die ondenkbare sleur van het leven- en werkpatroon? Geniet ik wel genoeg van alles? Vragen die ikzelf (nog) niet kan beantwoorden en vragen die ik bijna niet van anderen hoor. Waarschijnlijk omdat we niet toe willen of durven geven dat we twijfels hebben over de keuzes die we gemaakt hebben. Misschien omdat we degenen om ons heen niet willen kwetsen. En natuurlijk omdat we niet als zwak of als aansteller bestempeld willen worden.

Eén van de bijkomstigheden is dat ik ontzettend de behoefte heb om iets excentrieks te doen. Gelukkig ga ik in januari voor een half jaar naar de Verenigde Staten, wat op zich wel in die categorie valt. Grappige ‘toevalligheid’ is dat de meeste quarter lifers in Amerika net als ik midden twintig zijn, terwijl de leeftijd in Nederland vooral begin de dertig ligt. Tot die tijd zoek ik gewoon nog even naar een andere uitlaatklep…

Willemstad, 11 juni 2010, 14.28

29/05/2010

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Elke dag sta ik vroeg op om hard te lopen over de verse ochtenddauw. Na het rekken en strekken ontspan ik even in een bad met esoterische oliën. Vervolgens ben ik druk in de weer met een stijltang, make-up en verschillende outfits om helemaal gestyled te vertrekken.

Yeah right. Ik rol om 6.30 uur mijn bed uit, zodat ik om 7.00 uur naar de bus moet rennen. Met een grote zonnebril op om de wallen en de kussenafdruk in mijn gezicht te camoufleren. Meer dan een douche en een vlug make-upje haal ik er niet uit. Laat staan een frisse ochtend work-out.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb een ladenkast. Zo’n ladenkast die normale mensen gebruiken voor handdoeken en lakens. Die van mij is volgepropt met make-up, parfums, sierraden en accessoires. Een verzameling door de jaren heen. Toch kies ik iedere ochtend weer voor dezelfde veilige (en snelle) look. Ook bestaat er een kast speciaal voor al mijn pumps en laarzen. Schoenen die ik meeneem, om ze stiekem pas op mijn werk aan te trekken. Op z’n New Yorks. Maar tegen een uur of drie schop ik ze uit onder mijn bureau. Knellende tenen, zere hielen en het galmende geklik-klak in de gang: het is weer mooi geweest.  

Ik heb wel bewondering voor vrouwen die er altijd tot in de puntjes perfect uitzien. Alleen de hoeveelheid tijd die sommigen besteden aan hun ‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand’-rituelen vind ik een beetje zonde. In het weekend ga ik er ook echt wel eens uitgebreid voor zitten. Maar dan nog moet ik vaak wachten op Arno die veel te laat gaat douchen of vriendinnetjes die nog aan het tutten zijn.

Pas liep ik tijdens een avondje uit naar het toilet, omdat ik vermoedde dat mijn mascara uitgelopen was. En ja hoor. Terwijl ik de huid rondom mijn ogen weer zwartvrij maakte, waren twee dames naast me verwoed met elkaars haar bezig. ‘Au! Silvy, je trekt aan mijn haar.’ Waterige ogen en een rood neusje. En: ’Oeh, haarspray in mijn oog, haarspray in mijn oog!’ Verwonderd keek ik op toen één van de twee haar driekwart broek uittrok en vanuit het niets een skinny jeans tevoorschijn toverde. Ze probeerde zich er in te wurmen met een verbeten gezicht, terwijl de ander haar aanmoedigde.

Goed voor de dag komen. Wat we er al niet voor over hebben…

Willemstad, 29 mei 2010, 22.39

22/05/2010

Goede zomervoornemens

De zon schijnt weer, zomerhits knallen uit de radio en mensen lijken vrolijker dan normaal. Eindelijk, want het is véél te lang winter geweest. En nu het zo ver is, haal ik alles uit de kast om er optimaal van te kunnen genieten.

Allereerst ga ik wat minder lang op mijn werk rondhangen, van 40 uur naar 36 uur in de week. Wie weet heb ik dan zelfs een extra dagje vrij. Dat zou lekker zijn. Gewoon op een doordeweekse dag uitgebreid ontbijten in de veranda.  

Dan moet ik natuurlijk ook wat minder obsessief achter de computer zitten. Wat boeit het eigenlijk wat iedereen twittert? En mensen begrijpen het vast wel als ik een keer niet binnen een half uur terug mail. Ik moet me er even toe zetten, maar dan heb ik wel tijd voor mijn volgende goede zomervoornemen: méér sporten.

Tsja, want hoe leuk ik het ook vind om les te geven en vooral spelletjes te spelen met de karatekids: mijn hartslag wordt er niet veel hoger door. En wat was het lekker om die tien kilometer te kunnen rennen. Het liefst met een beetje tegenwind, een druppeltje regen en een ochtendzonnetje. Ik heb niet voor niets al die toffe sportkleding in New York gekocht. ‘Move that booty!’

Zomaar een dagje naar het strand gaan klinkt ook wel goed. Of heel relaxed met Arno hangen in de tuin. IJsklontjes, cola light en citroenschijfjes binnen handbereik. Met een stapel boeken en Grazia’s die ik al zo lang wil lezen én mijn favoriete zomermuziek. Daar ga ik zeker een paar daagjes voor uittrekken.

En natuurlijk heel veel afspreken met alle vriendjes en vriendinnetjes. Terrasje pakken na het werk, dansen tot laat, shoppen in Amsterdam, weekendjes weg, gezellig voor elkaar koken en met een glaasje Prosecco buiten blijven zitten tot middernacht: ik ben voor alles in!

Zomer 2010 kan wat mij betreft beginnen! Mét een extra dosis Carpe Diem.

Willemstad, 22 mei 2010, 12.15